Lenart Goessens verschijnt slechts enkele malen in de gichtregisters, maar juist die vermeldingen zijn belangrijk geworden voor de reconstructie van de oudste familiegeschiedenis.
Zoon van Adriaen en Maria
Op 29 januari 1616 bracht Arien Goessens het testament van zijn overleden vrouw Maria voor de schepenbank. Onder de kinderen worden Jan, Lenart, Anthonia en Cathrijn/Sandrina genoemd; Petronella verschijnt via haar huwelijk met Jacob van Duysel. Daarmee behoort Lenart rechtstreeks tot het gezin van Adriaen/Arien en Maria Goessens.
In 1619 komt hij opnieuw voor wanneer Anthonia, Sandrina en Lenart hun kindsgedeelten uit de nalatenschap van hun vader Adriaen aan hun broer Jan verkopen. Ieder ontvangt 300 gulden. In 1622 en 1623 ontvangt Lenart bovendien betalingen in verband met de afwikkeling van de ouderlijke goederen.
Lijske Erlingen
Op 24 maart 1627 verheffen Claes Goessens, Geertruydt Bossers en Andries Goessens een rente die afkomstig was van Lenart Goessens en Lijsken Erlingen. Die vermelding plaatst Lenart en Lijsken in directe relatie tot Andries en vormt een belangrijk ankerpunt voor de huidige stamreeks.
De akte van 1627 noemt Andries niet letterlijk “zoon van Lenart”. De stap wordt echter veel sterker doordat een akte uit 1642 Lijsbeth Erlingen expliciet als moeder van Andries aanduidt. Daardoor staat de moeder vast en is Lenart als vader de meest aannemelijke reconstructie.
Waarom deze schakel belangrijk is
Door Lenart verandert de eerdere reconstructie van de stamreeks. De lijn via Jan Goessens × Maria Kerkhofs en hun zoon Jacobus hoeft niet meer als vaderlijn naar Aert te worden gebruikt. De bronnen maken een route via Maria → Lenart → Andries waarschijnlijker.
De precieze levensloop van Lenart — beroep, woonplaats en overlijdensdatum — is nog onvoldoende bekend. De gichtregisters laten vooral zijn plaats in de familie en in de afwikkeling van familiebezit zien.