Hoe weten we wat we weten?

Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe zeldzamer rechtstreeks bewijs wordt. De familiegeschiedenis is daarom opgebouwd uit originele bronnen, vergelijking van gegevens en een duidelijke scheiding tussen wat bewezen, waarschijnlijk en mogelijk is.

Van kerkregister tot gichtregister

Vooral vóór circa 1600 zijn gewone doop-, trouw- en begraafregisters onvoldoende. Dan worden de oudere registers van de schepenbank onmisbaar.

Bron 1 Vroegmodern

Gichtregisters

De gichtregisters van Grevenbroek bevatten aankopen, verkopen, huren, erfenissen, huwelijksovereenkomsten, voogdijen en andere rechtshandelingen. Daardoor functioneren ze tegelijk als juridisch archief, genealogische bron en gedeeltelijk als kadaster.

Bron 2 Vanaf ca. 1600

Doop-, trouw- en begraafregisters

Kerkregisters leveren directe gegevens over dopen, huwelijken en begravingen. Hun beperking is dat ze in deze streek vaak pas rond 1600 beginnen en sommige reeksen later hiaten vertonen.

Bron 3 Aanvullend

Andere archiefsporen

Getuigen, peetouders, naamgeving, eigendom, buren, schulden, veldnamen en kerkelijke dispensaties kunnen familieverbanden zichtbaar maken die nergens in één enkele akte letterlijk worden vastgelegd.

Niet iedere conclusie is even zeker

Een betrouwbare reconstructie vraagt dat de sterkte van het bewijs zichtbaar blijft.

A Direct

Bewezen

Een bron noemt de familieband of gebeurtenis rechtstreeks, bijvoorbeeld wanneer een akte iemand als zoon, dochter, echtgenoot of erfgenaam aanduidt.

B Samenhang

Zeer waarschijnlijk

Meerdere onafhankelijke aanwijzingen wijzen in dezelfde richting, maar een expliciete akte die de relatie rechtstreeks benoemt ontbreekt.

C Hypothese

Mogelijk

De beschikbare gegevens laten een verklaring toe, maar concurrerende verklaringen kunnen nog niet worden uitgesloten. Zo'n verbinding blijft daarom een hypothese.

Wanneer de ontbrekende akte niet meer bestaat

Het ontbreken van een bron betekent niet automatisch dat onderzoek stopt. Wel moet duidelijk blijven welke redenering wordt gebruikt.

Patroon Naamgeving

Voornamen en peetouders

Terugkerende voornamen en de keuze van peters en meters kunnen verwantschap ondersteunen. Zulke patronen zijn sterke aanwijzingen, maar op zichzelf geen rechtstreeks bewijs.

Recht Canoniek

Huwelijksdispensaties

Wanneer voor een huwelijk kerkelijke dispensatie wegens bloedverwantschap nodig was, kan die vermelding een belangrijk onafhankelijk spoor vormen voor een gereconstrueerde familieband.

Stilte Voorzichtig

Ontbreken uit registers

Ook afwezigheid kan betekenis hebben. Als iemand in een volledig bewaard register niet voorkomt, kan dat een hypothese ondersteunen. Zo'n argument uit stilte is echter nooit op zichzelf sluitend.

Zes uitgangspunten

Deze principes bepalen hoe de reconstructies op deze website en in Onze bakermat worden behandeld.

1 Bron

Begin bij het origineel

Een contemporaine akte of registratie weegt zwaarder dan een latere stamboom of overlevering.

2 Context

Lees meer dan de naam

Woonplaats, buren, bezit, getuigen en familierollen kunnen even belangrijk zijn als de naam zelf.

3 Varianten

Spelling is niet identiteit

Goessens, Goossens, Gossens en andere schrijfwijzen kunnen naar dezelfde familie verwijzen; de context moet beslissen.

4 Controle

Zoek onafhankelijke sporen

Een conclusie wordt sterker wanneer verschillende soorten bronnen hetzelfde verband ondersteunen.

5 Zekerheid

Noem twijfel expliciet

Waar rechtstreeks bewijs ontbreekt, wordt dat niet verborgen maar als waarschijnlijkheid of hypothese benoemd.

6 Reconstructie

Kies de best passende verklaring

Bij schaarse bronnen wordt abductief geredeneerd: de verklaring die het geheel van beschikbare gegevens het beste verklaart, zonder haar als zekerheid te presenteren.