Van Groesbeeck · biografie

Johan I van Groesbeeck

vermeld 1258–1268

Met Johan I van Groesbeeck begint het deel van de familiegeschiedenis dat werkelijk in dertiende-eeuwse bronnen zichtbaar wordt. In 1258 verschijnt een Johannes de Gronesbeke met de titel miles, ridder. Hij wordt in de daaropvolgende jaren nog vermeld, tot 1268. Daarmee is hij de eerste bij naam bekende heer Van Groesbeeck die met redelijke zekerheid in de historische bronnen kan worden geplaatst.

Dat is iets anders dan hem de bewezen stamvader van alle latere Van Groesbeecks te noemen. De oudere verbinding met Sindicho, de forestarius uit 1040, blijft een historische hypothese. Tussen Sindicho en Johan I ontbreekt een sluitende generatieketen.

Ridder in 1258

De vermelding als miles is belangrijk. De heren Van Groesbeeck lijken te zijn voortgekomen uit de wereld van koninklijke dienstmannen en bosbeheerders. Volgens Thissen hebben zij vanaf de twaalfde eeuw kansen benut om sociaal op te klimmen. In 1258 is die ontwikkeling in ieder geval zover gevorderd dat Johannes de Gronesbeke als ridder wordt aangeduid.

Van Spaen vermeldt Johan in verband met een borgstelling bij een verdrag met Utrecht in 1258 en volgt hem in bronnen tot 1268. De moderne kastelenliteratuur noemt dezelfde Johannes de Gronesbeke de eerste, of een van de eerste, heren van Groesbeek.

De eerste houten woontoren

Archeologisch onderzoek aan de Hoflaan heeft aangetoond dat omstreeks 1265 in Groesbeek een houten woontoren werd gebouwd. De datering valt precies in de periode waarin Johan I uit de geschreven bronnen bekend is. Het is daarom aantrekkelijk deze bouwfase met hem te verbinden.

Voorzichtigheid: de toren kan archeologisch rond 1265 worden gedateerd, maar er is geen oorkonde gevonden waarin staat dat Johan I de bouwheer was. Op deze website wordt hij daarom beschreven als de waarschijnlijke heer tijdens de bouw, niet als bewezen bouwheer.

Niet Johan I bij Woeringen

In oudere genealogieën en op internet wordt de Johan die in 1288 bij de Slag bij Woeringen aanwezig was geregeld met deze Johan I vereenzelvigd. De chronologie en de door Van Spaen overgeleverde genealogie wijzen echter op een tweede generatie. Johan I wordt tot 1268 vermeld; de Johan van 1288 en 1291 past beter als zijn zoon. Daarom wordt de deelnemer aan Woeringen op deze website als Johan II behandeld.

Stand van het onderzoek
Gedocumenteerd: Johannes de Gronesbeke, ridder, vanaf 1258; vermeld tot 1268.
Aannemelijk: vader van de Johan die in 1288 en 1291 voorkomt.
Niet bewezen: afstamming in rechte lijn van Sindicho uit 1040; persoonlijk opdrachtgeverschap voor de houten toren van ca. 1265.

Bronnen en verantwoording

  • B. Thissen, ‘Van villa naar dorpsgemeenschap. Middeleeuwse nederzettingsgeschiedenis tot circa 1350’, in Van Gronspech tot Groesbeek (1991), p. 37–86, in het bijzonder p. 50.
  • F. Gorissen, studie uit 1959 over Groesbeek en het Rijkswoud, zoals aangehaald bij Thissen en in de Nederlandse kastelenliteratuur.
  • W.A. van Spaen, Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland, deel IV (1805), p. 63 e.v.
  • Middeleeuwse kastelen in veelvoud, Nederlandse Kastelenstichting (2009), bijdrage over de houten woontorens van Groesbeek.