Van Groesbeeck · biografie

Johan II van Groesbeeck

vermeld 1288–1291

Johan II van Groesbeeck is juist interessant omdat zijn bestaan lang minder duidelijk was dan dat van zijn vermoedelijke vader en zoon. Wanneer de vermeldingen chronologisch naast elkaar worden gelegd, ontstaat echter een overtuigend beeld van een tussenliggende generatie.

1288: de Slag bij Woeringen

Een Johan van Groesbeeck wordt verbonden met de Slag bij Woeringen van 5 juni 1288, het beslissende treffen in de Limburgse Successieoorlog. Een genealogische samenvatting die teruggaat op Van Spaens onderzoek onderscheidt hem uitdrukkelijk van de ridder die vanaf 1258 voorkomt en noemt hem mogelijk nog knaap tijdens de slag.

Dat onderscheid is belangrijk. In de oude tekst op deze website was Woeringen nog aan Johan I toegeschreven. Op grond van de nu naast elkaar gelegde vermeldingen is het waarschijnlijker dat het om diens zoon ging.

1291: borg voor Gerard van Oye

In 1291 verschijnt opnieuw een Johan van Groesbeeck, nu als borg voor Gerard van Oye. Van Spaen plaatste deze vermelding in zijn behandeling van het geslacht. Dezelfde genealogische traditie die drie opeenvolgende Johans onderscheidt, identificeert de borg van 1291 met de man van Woeringen.

De chronologie ondersteunt die reconstructie. De eerste Johan was al in 1258 ridder en wordt slechts tot 1268 gevolgd. De latere Johan III verschijnt in 1318 nog zonder riddertitel. Een volwassen man die in 1288 en 1291 optreedt, past daarom goed tussen beiden.

Een generatie die vooral door de chronologie zichtbaar wordt

Over zijn geboorte, huwelijk, bezittingen en sterfjaar zijn vooralsnog geen betrouwbare directe gegevens gevonden. Een geboorte omstreeks 1265–1270 is slechts een genealogische schatting. Ook het vaderschap van Johan III is niet met een hier geraadpleegde contemporaine filiatie bewezen, maar wordt door Van Spaens genealogische reconstructie ondersteund.

De woontoren van 1301

Archeologisch staat vast dat de eerste houten woontoren in Groesbeek omstreeks 1301 werd vervangen door een tweede houten toren. Wanneer de reconstructie met drie Johans klopt, valt deze bouwfase in de periode van Johan II. Dat maakt hem een plausibele heer onder wie de vernieuwing plaatsvond.

Voorzichtigheid: dat Johan II persoonlijk opdracht gaf voor de toren van 1301 is niet gedocumenteerd. Ook de gedachte dat hout werd gekozen wegens geldgebrek of omdat de familie elders woonde, is interessant maar speculatief en wordt daarom niet als feit gepresenteerd.
Stand van het onderzoek
Sterk aannemelijk: een tweede Johan tussen de Johan van 1258–1268 en de Johan die vanaf 1318 voorkomt.
Toegeschreven aan deze Johan: Woeringen 1288 en borgstelling 1291.
Onzeker: geboortejaar, huwelijk, sterfjaar en persoonlijk opdrachtgeverschap voor de toren van 1301.

Bronnen en verantwoording

  • W.A. van Spaen, Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland, deel IV (1805), p. 63 e.v.; Van Spaens genealogische aantekeningen onderscheiden drie opeenvolgende Johans.
  • Genealogische samenvatting gebaseerd op Van Spaens handschrift: Johan I (1258–1268), Johan II (Woeringen 1288; borg 1291), Johan III (vanaf 1318).
  • Archeologisch onderzoek Hoflaan 8, Groesbeek (BAAC, 2005) en de verwerking daarvan in Middeleeuwse kastelen in veelvoud (2009).