Van Groesbeeck · biografie
Johan III van Groesbeeck
vermeld 1318–1359
Met Johan III van Groesbeeck wordt de bronnenbasis aanzienlijk rijker. Hij verschijnt in 1318 nog zonder riddertitel, is in 1325 als ridder aantoonbaar en bouwt in de daaropvolgende decennia een machtspositie op die Groesbeek verbindt met Heumen, Malden, Beek, Kleef en Gelre.
1318–1325: van getuige tot ridder
In 1318 trad Johan op als getuige in de omgeving van de graaf van Kleef. Volgens de genealogische reconstructie van Van Spaen was hij toen nog geen ridder. In 1325 wordt hij wel als ridder vermeld. Een vermelding als richter in de Duffelt wordt eveneens met hem verbonden. Daarmee zien we hem optreden in een grensgebied waar Gelderse en Kleefse belangen voortdurend door elkaar liepen.
Het waldgraafschap
In februari 1329 legden de pastoor van Groesbeek en het stadsgericht van Kranenburg verklaringen af over de oude rechten van de heren Van Groesbeeck in het Rijkswoud. Daaruit blijkt dat hun positie als waldgraven toen als oud recht werd beschouwd. De rechten omvatten onder meer elementen van bosbeheer, rechtspraak en inkomsten uit het woud.
In 1349 bevestigde de toekomstige keizer Karel IV Johan in het waldgraafschap. Een moderne samenvatting bij het CBG vermeldt dat het waldgraafschap uiterlijk sinds de dertiende eeuw erfelijk in handen van de heren Van Groesbeek was en rechtstreeks van het Rijk werd gehouden.
Heumen en het huwelijk met Beije
De lokale geschiedschrijving van Heumen verbindt Johan met Beije van Heumen, erfdochter van Zeger van Heumen. Door dit huwelijk, dat rond 1335 wordt geplaatst, kwam de heerlijkheid Heumen met de bestaande versterking in handen van Van Groesbeeck. In 1348 voerde Johan aantoonbaar de titel heer van Heumen.
1342–1350: Beek, Malden en Kleef
De machtsuitbreiding van Johan is beter te volgen. In 1342 werd een regeling getroffen over de gedeelde rechten in Beek. In 1348 kwam Malden in zijn bezit of leenverband en wordt hij als heer van Heumen vermeld. In 1350 beleende Derik van Hoorn, met toestemming van de graaf van Kleef, Johan met de Kleefse rechten in Beek. Schulte bevestigt deze ontwikkeling in zijn geschiedenis van Beek.
Zo ontstond rond het midden van de veertiende eeuw het complex van heerlijkheden waarmee de familie later zo sterk wordt geassocieerd: Groesbeek, Heumen, Malden en Beek.
De stenen woontoren in Groesbeek
Archeologisch onderzoek laat zien dat de tweede houten woontoren in de veertiende eeuw werd opgevolgd door een stenen bouwfase. Deze ontwikkeling valt in de periode waarin Johan III zijn territoriale positie sterk uitbreidde. De overgang van hout naar steen past bij de stijgende status van het geslacht, maar een rechtstreeks bewaard bouwbevel van Johan is niet bekend.
Gelre en Kleef
Johan opereerde in een politiek grensgebied. Zijn rechten en bezittingen brachten hem zowel met de graaf van Kleef als met de graaf en later hertog van Gelre in relatie. Dat was geen tegenstrijdigheid: middeleeuwse heren konden verschillende goederen van verschillende leenheren houden. Juist de Van Groesbeecks laten zien hoe plaatselijke machtsvorming zich tussen grotere territoriale vorsten ontwikkelde.
Overlijden en opvolging
Een genealogische samenvatting die op Van Spaens onderzoek teruggaat, vermeldt Johan tot zijn overlijden in 1359. Dat past bij de reeks van vermeldingen tot en met de bevestiging van het waldgraafschap. Zijn zoon Seger volgt hem vervolgens in de bronnen op.
Dit maakt een in sommige online genealogieën genoemd overlijden in 1342 onmogelijk: Johan wordt immers in 1348, 1349 en 1350 nog in contemporaine of daarop gebaseerde bronnen genoemd. Voor deze website wordt daarom niet langer met 1342 als sterfjaar gewerkt.
Goed onderbouwd: optreden vanaf 1318; ridder vanaf 1325; waldgraaf; heer van Heumen; verwerving/belening van Malden en Beek; activiteit tot in de jaren 1350.
Aannemelijk en door lokale geschiedschrijving gedragen: huwelijk met Beije van Heumen en overgang van Heumen via dit huwelijk.
Voorzichtig behandelen: exacte geboorte- en huwelijksdata en enkele in genealogische databanken genoemde kinderen.
Bronnen en verantwoording
- W.A. van Spaen, Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland, deel IV (1805), p. 63 e.v.
- A.G. Schulte, Het Rijk van Nijmegen. Oostelijk gedeelte en de Duffelt (1983), onderdeel Beek; en Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte, onderdeel Heumen.
- B. Thissen, ‘Dagelijks leven in het laatmiddeleeuwse Nijmegen’, in De gouden eeuw van het hertogdom Gelre (2001), p. 66, voor het waldgraafschap.
- A.M. Magnée-Nentjes, H. Joosten en T. Martens, Het verdwenen kasteel Heumen en zijn bewoners 1188–1880 (2016).
- BAAC, archeologisch onderzoek Groesbeek, Hoflaan 8 (2005); Nederlandse Kastelenstichting, Middeleeuwse kastelen in veelvoud (2009).