Directe voorouderlijn · overleden 1423

Johan van Groesbeeck

Ridder · heer van Heumen, Malden, Beek en Kalbeck · grootvader van Itgen

Johan van Groesbeeck, zoon van de veertiende-eeuwse Seger, was een centrale figuur in de overgang van de familie naar de vijftiende eeuw. Hij werd in 1403 met Kalbeck beleend en trad als ridder en heer in het Rijk van Nijmegen op.

Reepdorp en zijn eerste huwelijk

Op 24 juni 1401 droeg Johan inkomsten uit de hofstede Reepdorp te Hülm aan de zusters van Grafenthal over. Zijn dochters Johanna en Margaretha waren mede-eigenaressen; hun moeder was toen overleden. De herkomst van de hofstede van ‘de oude Van Reepdorp’ vormt sterk indirect bewijs voor Margriet van Reepdorp als Johans eerste echtgenote.

Gezin en huwelijksvragen

Tot zijn familiekring behoorden de dochters Johanna en Margaretha, de wettige zonen Johan en Derick en de natuurlijke zoon Seger. Genealogieën noemen daarnaast Ponte van Gelre en Ermgard van Lynden als echtgenotes, maar daarvoor is in het hier gebruikte bronnenmateriaal geen even sterk rechtstreeks bewijs als voor de verbinding met Reepdorp.

Natuurlijke zoon Seger

De akte van 10 oktober 1436 noemt Seger ondubbelzinnig Bastard, Herr Johans Sohn. Via deze Seger en diens eerste vrouw Ydtgen/Ideke loopt de directe lijn naar Itgen van Groesbeeck.

Nummering. Op oudere schema’s wordt Johan vaak Johan IV genoemd. Omdat de nummering van de vroegste Johans deels reconstructief is, staat op deze pagina zijn identiteit en bronnenpositie centraal.

Bronnen

  • Kartularium klooster Grafenthal, afschriften 264–265, akte van 24 juni 1401.
  • Gelderse leenregisters, Kalbeck, 1403.
  • Dieter Kastner, Urkunden des Archivs von Schloss Wissen, nr. 474, 10 oktober 1436.