De weg naar Karel de Grote · deel 4 van 6

Wanneer is een afstammingslijn betrouwbaar?

Bronkritiek, verworpen lijnen en waarom meerdere werkelijk onafhankelijke routes belangrijk zijn.

Genealogie & bronnenKarolingenVroege middeleeuwenEuropa

Een lange afstammingslijn wordt niet betrouwbaar doordat alle vakjes gevuld zijn. De kwaliteit zit in de afzonderlijke schakels en in de openheid waarmee onzekerheden worden behandeld.

Bron vóór stamboom

Bij iedere filiatie moet worden gevraagd: welke bron noemt deze relatie, hoe dicht staat die bron bij de beschreven gebeurtenis en hoe beoordelen moderne onderzoekers haar? Een contemporaine oorkonde waarin iemand expliciet als zoon of dochter wordt genoemd weegt anders dan een genealogie die eeuwen later zonder bronvermelding is samengesteld.

Daarbij is onafhankelijkheid belangrijk. Twee moderne boeken die dezelfde oude genealogie overschrijven leveren niet automatisch twee bewijsstukken. Hetzelfde geldt voor tientallen internetbomen die uiteindelijk van elkaar blijken te zijn gekopieerd.

Een mooie lijn durven schrappen

In mijn eigen onderzoek zijn routes onderzocht die aantrekkelijk leken maar bij controle onvoldoende standhielden. Zo bleek de in oudere kwartierstaten opgevoerde Jutta als vermeende bastaarddochter van Willem I van Holland onvoldoende gedocumenteerd. Ook een route via de familie Stecke naar Broich en Limburg bleek niet overtuigend genoeg onderbouwd.

Zo’n afwijzing is geen verlies. Integendeel: een genealogie wordt sterker wanneer zichtbaar is welke mogelijkheden zijn onderzocht en waarom sommige daarvan niet zijn overgenomen.

Meerdere lijnen zijn alleen nuttig als ze werkelijk verschillen

Twee routes die bijna volledig over dezelfde personen lopen, bieden weinig extra zekerheid. Interessanter zijn lijnen die via verschillende families en huwelijken lopen en pas veel verder terug samenkomen. Een fout in één route hoeft de andere dan niet automatisch te treffen.

Geen schijnprecisie

Het is verleidelijk om aan iedere filiatie een percentage toe te kennen en vervolgens een totale kans uit te rekenen. Als gedachte-experiment kan dat laten zien dat kleine onzekerheden zich over veel generaties opstapelen. Maar de werkelijke foutkans verschilt per bron en per filiatie en is meestal onbekend. Een percentage als “99,1% bewezen” zou daarom meer zekerheid suggereren dan de bronnen toelaten.

De betere taal is historisch: gedocumenteerd, aannemelijk, onzeker of verworpen. Met die maatstaf kunnen we in het laatste deel kijken naar de concrete routes die vanuit de familie Goossens uiteindelijk naar de Karolingen voeren.