De weg naar Karel de Grote · deel 5 van 6
Mijn wegen naar Karel de Grote
Van Goossens via ridderlijke en grafelijke geslachten naar de Karolingen: de routes achter de eerste stamboom van deze website.
De eerste vier delen gingen over de methode. In mijn eigen stamboom krijgt die methode een concrete vorm. De zoektocht begon niet bij Karel de Grote, maar bij de bekende generaties Goossens en werkte van daaruit terug.
Van Goossens naar de middeleeuwse adel
Een van de gereconstrueerde routes loopt vanuit Goossens via Van Well en Van de Loo naar de natuurlijke tak van Van den Loe. Door het huwelijk van Bruen van den Loe met Itgen van Groesbeeck komt het oude Gelderse geslacht Van Groesbeeck in beeld. Van daar voert de onderzochte lijn verder via Van der Straten naar het huis Kleef.
Vanaf Kleef ontstaan meerdere wegen naar oudere dynastieën. Een route loopt via de graven van Holland en vervolgens Vlaanderen. Daar vormt Judith van West-Francië, dochter van Karel de Kale en kleindochter van Lodewijk de Vrome, de aansluiting op de Karolingische dynastie en uiteindelijk Karel de Grote.
Een tweede route via Leuven
Daarnaast is er vanaf de Kleefse voorouders een andere route via Ida van Leuven. Via de graven van Leuven en Gerberga van Neder-Lotharingen voert ook deze lijn terug naar de Karolingische wereld. Omdat deze route gedurende een belangrijk deel andere personen en geslachten volgt dan de route via Holland en Vlaanderen, is zij genealogisch interessanter dan een vrijwel identieke tweede route.
De onderzochte verbinding via Jutta van Holland en de route via Stecke, Broich en Limburg zijn niet in de bewezen lijn opgenomen. De beschikbare bronbasis vond ik daarvoor onvoldoende. Juist het onderscheid tussen behouden en verworpen routes maakt zichtbaar hoe de stamboom tot stand is gekomen.
De stamboom als samenvatting
De eerste stamboom op deze website brengt deze opeenvolgende geslachten en de verschillende routes visueel bijeen. Daarmee is hij niet het begin van het bewijs, maar de samenvatting ervan. Achter ieder verbindingslijntje hoort uiteindelijk de vraag te staan: op welke bron of op welk historisch onderzoek rust deze filiatie?
In Onze bakermat – De eerste generaties Goossens in Grevenbroek (1500–1750) ga ik uitgebreider in op deze zoektocht, de afzonderlijke generaties, de gebruikte literatuur en bronnen en de lijnen die tijdens het onderzoek weer zijn verworpen. De website biedt de hoofdlijnen en de visuele samenhang; het boek biedt ruimte voor de volledige onderbouwing.