Voor de vader van Arnoldus Goessens komen twee mannen met de naam Jacobus in aanmerking. Deze Jacob uit ’t Coleneynde, zoon van Jan Goessens en Maria Kerkhofs, is de kandidaat waarop de hoofdreconstructie in het boek is gebaseerd.
Gevolgde werkhypothese. De bronnen voor deze kandidaat zijn het sterkst, maar de vader-zoonrelatie met Arnoldus is niet in één sluitende akte vastgelegd.
Afkomst
In 1623 wordt een minderjarige Jacob Goessens genoemd als zoon van Jan Goessens en Maria Kerkhofs. Twee voogden traden voor hem op en registreerden drie renten. Daarmee is zijn plaats in het gezin van Jan en Maria rechtstreeks in een gichtakte vastgelegd.
Huwelijk en gezin
Een huwelijk omstreeks 1650 met Lijsken Duffels past chronologisch bij de beschikbare gegevens, maar een huwelijksakte is niet bewaard gebleven. De bronnen maken het zeer waarschijnlijk dat Elisabeth Kueppens, Lijs Kueppens en Lijske Duffels dezelfde vrouw zijn. Zij wordt via haar zoon Arnoldus consequent met de familie Goessens verbonden.
Op 5 februari 1688 deed Lijs Duffels als weduwe afstand van haar recht op tocht ten gunste van haar zoon Arnoldus. Dat document vormt een belangrijke aanwijzing voor deze reconstructie.
Waarom spoor 1?
Van de twee mogelijke vaders van Arnoldus biedt deze Jacob de sterkste aansluiting. Hij behoort tot de familie die op ’t Coleneynde bleef wonen, en de opeenvolging Jan – Jacobus – Arnold sluit aan bij de continuïteit van het familiebezit. Dat maakt spoor 1 aannemelijker, maar niet absoluut bewezen.
Overlijden
Jacobus moet vóór 5 februari 1688 zijn overleden. Een exacte overlijdensdatum is niet teruggevonden. Het ontbreken van zijn naam in de bewaarde begraafregisters van Sint-Huibrechts-Lille past bij de veronderstelling dat hij in de omgeving van ’t Coleneynde is gestorven en begraven.
Bekijk ook Jacobus uit Eksel (spoor 2) →Terug naar personen →
