Maria Goessens neemt in deze familiegeschiedenis een uitzonderlijke plaats in. Zij is de enige vrouw in deze vroege stamreeks via wie niet alleen de afstamming, maar ook de naam Goessens en het oude familiebezit werden voortgezet. Juist daardoor vormt zij een scharnier tussen Hendryck Goessens en de generaties die daarna op het goed in ’t Coleneynde bleven wonen.
Dochter van Hendryck Goessens
Maria werd vermoedelijk omstreeks 1555 geboren in ’t Coleneynde, het gehucht net buiten Hamont waar haar vader Hendryck Goessens zijn boerderij en gronden bezat. Een geboorteakte is niet bewaard gebleven; de datering is een reconstructie op basis van de latere bronnen.
Op 17 september 1580 verschijnt Maria duidelijk in het gichtregister. Zij wordt daar samen met haar echtgenoot Arnold Gylens genoemd als dochter van de inmiddels overleden Hendryck. Daarmee is haar plaats binnen het gezin rechtstreeks uit de bron af te leiden.
1580: het erf blijft via Maria bestaan
Na het overlijden van Hendryck werden zijn goederen door de kinderen verheven. In dezelfde akte droeg Jans broer — Jan, zoon van Hendryck — zijn erfdeel over aan zijn zwager Arnold Gylens en aan Maria, zijn zuster. Het ging om huis, hoeve, land, beemden en ander erfelijk bezit.
Voor Jans aandeel werd een financiële regeling getroffen: Arnold beloofde een jaarlijkse rente van zes gulden, aflosbaar met honderd gulden, en daarnaast een betaling van vijf gulden op Lichtmis plus een bed met toebehoren of vijftien gulden wanneer Jan dat nodig had of zou trouwen.
De familienaam loopt hier niet eenvoudig van vader op zoon. Het erf kwam via Maria in handen van haar huishouden, waarna haar echtgenoot in latere bronnen zelf met de naam Goessens werd aangeduid.
Arnold Gylens wordt Adriaan Goessens
In de akte van 1580 heet Maria’s echtgenoot Arnold Gylens of Arnout Gielens. Daarna verdwijnt die naam uit de lokale registers en verschijnt op dezelfde plaats Arien of Adriaan Goessens, opnieuw met Maria als partner.
De huidige reconstructie gaat ervan uit dat het om dezelfde man gaat. In kleine gemeenschappen was het niet ongebruikelijk dat iemand werd aangeduid naar het goed waarop hij woonde. Doordat Arnold op het Goessens-goed introk en het bedrijf voortzette, kan de naam van het erf en de familie geleidelijk zijn eigen naam in de bronnen hebben verdrongen.
De gelijkstelling Arnold Gylens = Arien/Adriaan Goessens is zeer aannemelijk, maar blijft een historische identificatie op basis van samenhangende vermeldingen, niet één expliciete akte waarin beide namen naast elkaar worden gezet.
Een bedrijf dat krediet nodig had
De gichtregisters laten zien dat het gezin ook na 1580 economisch actief bleef. In 1595 leende Arien Goessens 50 gulden van Lambert van Houtlock tegen een jaarlijkse rente van drie gulden. Een jaar later volgde opnieuw een lening van 50 gulden. Toen werden huis, hof en beemden in ’t Coleneynde — afkomstig van Hendryck Goessens — als onderpand gesteld.
Ook in 1608 wordt bezit van Arien nog als begrenzing bij andere grondtransacties genoemd. Zo blijft het oude Goessens-goed tientallen jaren na Hendrycks overlijden herkenbaar in de registers.
Kinderen
Na het overlijden van Adriaan in 1618 worden zijn erfgenamen genoemd. In de reconstructie van het gezin van Maria en Adriaan gaat het om vijf kinderen:
Gehuwd met Gerard Jacobs, wonend te Heemskerke.
Gehuwd met Lijske Erlingen.
Gehuwd met Jacob Peters alias Duysel.
In de bron mogelijk ook als Catharina te duiden.
Oorlog rondom het erf
Maria en haar gezin leefden tijdens de eerste helft van de Tachtigjarige Oorlog. In de Loonse Kempen betekende dat vooral onzekerheid door doortrekkende troepen, opeisingen en plunderingen. Sint-Huibrechts-Lille werd in 1587 door Hollandse ruiters geplunderd, terwijl Hamont rond de eeuwwisseling zwaar te maken kreeg met muitende soldaten die contributies eisten.
De bronnen vertellen niet hoe Maria deze gebeurtenissen persoonlijk beleefde. Wel maken ze duidelijk dat haar gezin in diezelfde periode een boerderij, grond en schulden moest beheren. Het voortbestaan van het familiebezit was dus geen vanzelfsprekend gegeven.
1616: het einde van Maria’s leven
Maria overleed in 1616. Kort daarna hertrouwde Adriaan met Lijn Geenen. Twee jaar later, op 14 december 1618, was ook Adriaan overleden en verhieven zijn kinderen de nagelaten goederen.
Een jaar later zou zoon Jan een volgende beslissende stap zetten: hij kocht de kindsdelen van zijn broer en zussen uit en bracht het familiegoed opnieuw in één hand. Daarmee werd zichtbaar wat Maria’s positie al sinds 1580 mogelijk had gemaakt: continuïteit van erf, naam en familie over een overgang die niet via de mannelijke lijn liep.
Waarom Maria zo belangrijk is
Maria’s betekenis ligt niet in een groot ambt of een uitzonderlijke publieke daad. Haar belang is genealogisch én economisch. Zij was de dochter via wie het bezit van Hendryck Goessens binnen het gezin bleef, en haar echtgenoot nam juist door die verbondenheid uiteindelijk de naam Goessens aan.
Daarmee is zij veel meer dan een tussenschakel. Zonder Maria zou de vroege geschiedenis van de naam Goessens in ’t Coleneynde er waarschijnlijk heel anders hebben uitgezien.
