De Buitinge was de historische benaming voor het gebied buiten de stadsmuren van Hamont. Het was dus meer dan ‘het buitengebied’ in moderne zin. Hier lagen de dorpen, gehuchten, hoeven, akkers, weiden, heidevelden en gemeenschappelijke gronden waar het dagelijkse leven van veel inwoners zich afspeelde.
Buiten de poorten, binnen de gemeenschap
Hamont vormde het bestuurlijke hart, maar het grootste deel van het agrarische bestaan speelde zich buiten de wallen af. Wie in de Buitinge woonde, stond niet los van de stad. Voor kerk, markt, belastingen, rechtspraak en de registratie van eigendom bleef Hamont van groot belang.
De historische betekenis van Buitinge is letterlijk het gebied buiten de muren. De term verwijst daarom naar een concrete bestuurlijke en ruimtelijke tegenstelling tussen de omwalde stad en het land daarbuiten.
Het landschap van de Buitinge
De bodem was er vaak arm en zanderig. Rond de nederzettingen lagen akkers en weiden; verder weg lagen gemeenschappelijke heidegronden. Schapen konden daar grazen en leverden mest die nodig was om de akkers vruchtbaar te houden.
Ook natte gronden maakten deel uit van deze wereld. Bij ’t Coleneynde lagen ten zuiden drassige beemden die geschikt waren voor hooi en weide, terwijl noordelijker hogere en beter begaanbare gronden lagen.
De Goossens woonden hier
Voor de familiegeschiedenis is de Buitinge belangrijk omdat de vroege Goessens niet primair als stedelingen binnen Hamont verschijnen. Hendryck Goessens woonde in ’t Coleneynde, net boven de stad. Zijn boerderij en gronden lagen dus in precies deze agrarische buitenwereld.
Stad en Buitinge
De tegenstelling tussen stad en buitengebied had ook een bestuurlijke kant. Toen de bewoners buiten de muren moesten bijdragen aan herstel en verdediging van Hamont, verlangden zij eveneens invloed op het bestuur. Vanaf 1578 kregen stad en Buitinge beide vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur.
Van Buitinge naar de bredere streek
De Buitinge was de directe leefomgeving rond Hamont; de Loonse Kempen vormen de bredere landschappelijke regio. Daarboven lagen de bestuurlijke verbanden van Grevenbroek, Loon en Luik.
