Austrasië · midden-Maasgebied · † 639/640

Pepijn de Oudere

Austrasische aristocraat en hofmeier die samen met Arnulf van Metz in 613 aan de kant van Chlotharius II stond. Zijn veel gebruikte naam ‘Pepijn van Landen’ is pas eeuwen later gevormd en wordt daarom niet als bewijs van herkomst of woonplaats behandeld.

Pepijn behoort tot de vroegste voorouders van de Karolingische machtsgroep die als historische persoon redelijk scherp zichtbaar wordt. Dat betekent niet dat zijn hele levensloop eenvoudig te reconstrueren is. De bronnen noemen hem vooral wanneer hij politiek handelt; geboortejaar, jeugd en precieze herkomst zijn veel minder zeker.

613: de breuk met Brunhilde

In 613 verschijnt Pepijn in de politieke crisis rond koningin Brunhilde. Samen met Arnulf van Metz behoorde hij tot de Austrasische groten die zich van haar regime afkeerden en de weg openden voor Chlotharius II. Dat moment is later gemakkelijk gelezen als het begin van een onvermijdelijke Karolingische opmars. Voor de mensen van 613 was die uitkomst echter nog niet bekend.

De kroniek van Fredegar is een hoofdbron voor deze periode. Nieuw onderzoek van Emily Quigley laat zien dat Fredegars extreme vijandigheid tegenover Brunhilde niet mag worden gereduceerd tot een algemene afkeer van vrouwelijke politieke macht. Andere koninginnen konden in dezelfde kroniek als zelfstandige politieke actoren optreden. Voor Pepijns biografie betekent dit dat de politieke gebeurtenis van 613 serieus kan worden genomen, maar dat Fredegars morele kleuring van Brunhilde niet zonder meer als neutrale karakterbeschrijving wordt overgenomen.1

Hofmeier van Austrasië

Chlotharius II liet de eigen positie van Austrasië niet verdwijnen. Toen zijn zoon Dagobert daar als onderkoning werd geplaatst, kreeg Pepijn een centrale bestuurlijke rol. De Neue Deutsche Biographie noemt hem als hofmeier in 624/625. Na Dagoberts overgang naar het algemene koningschap verminderde Pepijns invloed tijdelijk, waarna hij aan het einde van Dagoberts regering opnieuw aan de top van de Austrasische politiek verschijnt.2

Een hofmeier was in deze tijd niet simpelweg een latere ‘premier’. Het ambt groeide vanuit het koninklijke hof en kreeg afhankelijk van persoon en situatie grote politieke betekenis. Dat de familie later zelf koningen zou leveren, mag niet teruggeprojecteerd worden alsof Pepijn in de jaren 620 al een dynastiek programma uitvoerde.

Itta en de familiekring

Pepijn was gehuwd met Itta, ook Iduberga genoemd. De familie wordt verbonden met zoon Grimoald en de dochters Gertrudis en Begga. Vooral de Nivellese heiligenliteratuur is belangrijk omdat zij relatief dicht bij deze familieomgeving staat. Na Pepijns dood trad Itta duidelijker naar voren bij de stichting van Nivelles.

‘Van Landen’ is geen geboorteakte

De bijnaam ‘van Landen’ is zo ingeburgerd geraakt dat hij vaak als geografisch feit wordt behandeld. Dat is te stellig. De oudere Duitse biografische traditie wees er al op dat de bijnaam pas in de dertiende eeuw opduikt. De moderne NDB situeert Pepijns familie algemener in het midden-Maasgebied. Landen blijft dus een nuttige zoeknaam, maar geen bewezen geboorteplaats of vaste residentie.2

Plaats in de genealogie

Voor de route naar Karel de Grote is vooral dochter Begga van belang. De latere dynastieke traditie verbindt haar met Ansegisel, zoon van Arnulf, en maakt hen tot ouders van Pepijn II. Die verbinding wordt in moderne literatuur veel gevolgd, maar krijgt op deze website niet automatisch de status ‘bewezen’. De onderzoekspagina behandelt deze overgang afzonderlijk.

Bronnen en verantwoording

  1. Recente bronkritiek. Emily Quigley, ‘Beyond Brunhild: reassessing women in the Fredegar Chronicle’, Early Medieval Europe 34 (2026), 458–479. Open access bij Wiley.
  2. Moderne biografische synthese. Rudolf Schieffer, ‘Pippin der Ältere’, Neue Deutsche Biographie 20 (2001), 468. Deutsche Biographie. De oudere ADB-passage op dezelfde pagina is nuttig voor de geschiedenis van de bijnaam ‘van Landen’, maar wordt niet als actuele autoriteit voor alle details gebruikt.
  3. Vroege familiecontext. Paul Fouracre en Richard A. Gerberding, Late Merovingian France (1996), hfdst. VII over de Vita Sanctae Geretrudis. Cambridge Core.

← Alle biografieën · Bronkritisch onderzoek · Stamboom