De weg naar Karel de Grote · deel 6 van 6

Niet gevolgde aansluitingen naar Karel de Grote

Een lange genealogische lijn wordt niet sterker doordat zij vaak is overgenomen. Op deze pagina verzamel ik aansluitingen die aantrekkelijk lijken, maar waarvoor de beslissende verwantschap niet voldoende door eigentijdse of andere sterke bronnen wordt gedragen.

Genealogie & bronnenBronkritiekKarolingenVerworpen of onbewezen lijnen

Waarom ook mislukte routes bewaren?

Bij onderzoek naar middeleeuwse afstamming is het verleidelijk alleen de lijnen te tonen die uiteindelijk doorlopen. Juist de lijnen die afvallen zijn echter belangrijk. Ze maken zichtbaar waar oudere genealogieën, latere reconstructies en moderne internetstambomen van elkaar verschillen. Bovendien voorkomen ze dat een eenmaal verworpen aansluiting later ongemerkt opnieuw in de stamboom terechtkomt.

Ik gebruik hier bewust de formulering niet gevolgd. Dat is iets anders dan bewijzen dat een verwantschap onmogelijk is. Soms ontbreekt eenvoudig het bewijs voor precies die ene schakel waarop de verdere afstamming rust.

Uitgangspunt

Een herhaalde genealogische mededeling is nog geen onafhankelijke bevestiging. Wanneer tientallen stambomen uiteindelijk op dezelfde oude reconstructie teruggaan, hebben we niet tientallen bewijzen maar één hypothese die tientallen keren is overgenomen.

Nicolaes I van Borselen en de vermeende Jutta van Holland

Wie? Nicolaes (Claes) van Borselen behoort tot de vroegst goed herkenbare vertegenwoordigers van het Zeeuwse geslacht Van Borselen. Hij komt in dertiende-eeuwse oorkonden voor: in 1243 als Nicolaus de Bersalia, in 1256 opnieuw en in 1258 als ridder. Uit stukken van 1263 blijkt dat hij toen was overleden. Zijn zoons Pieter en Hendrik zijn eveneens oorkondelijk aantoonbaar.

De vermeende aansluiting. In talrijke genealogieën krijgt Nicolaes als echtgenote een Jutta of Jutte van Holland, doorgaans voorgesteld als buitenechtelijke dochter van graaf Willem I van Holland. Via het Hollandse gravenhuis ontstaat vervolgens een aantrekkelijke route verder terug in de hoge middeleeuwen.

Waarom volg ik deze aansluiting niet? De zwakke plek is niet Nicolaes zelf, maar de identiteit en afstamming van zijn vermeende echtgenote. Voor zover in de geraadpleegde literatuur en online ontsloten bronnen kon worden vastgesteld, is geen contemporaine oorkonde gevonden die een Jutta als dochter van Willem I én echtgenote van Nicolaes aanwijst. De koppeling wordt in latere genealogieën veelvuldig herhaald, maar herhaling vervangt het ontbrekende filiatiebewijs niet. Een genealogische discussie uit 2012 presenteert de verbinding uitdrukkelijk als een reconstructie op basis van verwantschap en naamgeving, niet als een rechtstreeks gedocumenteerde filiatie.

Lees de uitgebreide bronkritische toelichting →

Redburga, Egbert van Wessex en Karel de Grote

Wie? Egbert (Ecgberht) was koning van Wessex van 802 tot 839 en de vader van Æthelwulf. In een veel later manuscript krijgt zijn echtgenote de naam Redburga of Rædburh. Via haar wordt in talrijke genealogieën een verbinding gelegd tussen het koningshuis van Wessex en Karel de Grote.

De vermeende aansluiting. De late bron noemt Redburga regis Francorum sororia. Vooral in oudere en populaire genealogieën is dit uitgelegd als een zuster, schoonzuster of ander familielid van Karel de Grote; soms wordt Redburga zelfs rechtstreeks als diens dochter opgevoerd. Omdat Egbert tijdens zijn ballingschap banden met het Frankische hof had, lijkt zo’n huwelijk op het eerste gezicht niet onmogelijk.

Waarom volg ik deze aansluiting niet? De naam Redburga en de Frankische verwantschap zijn niet uit een contemporaine bron bekend. De vermelding komt uit een laatmiddeleeuwse kroniek, eeuwen na Egbert. De vroege Angelsaksische en Frankische bronnen leveren geen bevestiging van deze echtgenote of van een familieband met Karel de Grote. Moderne naslagwerken behandelen de moeder van Æthelwulf daarom als onbekend. Zelfs wanneer de late mededeling een historische kern zou bevatten, zegt sororia bovendien niet dat Redburga een dochter van Karel de Grote was.

Lees de uitgebreide bronkritische toelichting →

Hadewych Stecke en de vermeende afstamming uit het huis Broich

Wie? Hadewych Stecke, echtgenote van Wessel van den Loe, behoort tot de voorouderlijke lijn die in deze stamboom wél wordt gevolgd. De familie Stecke is sinds de twaalfde eeuw oorkondelijk aantoonbaar en speelde later een belangrijke rol in Kleef, Mark en Dortmund. Het probleem begint dus niet bij Hadewych of bij haar huwelijk met Wessel van den Loe, maar enkele generaties eerder.

De vermeende aansluiting. In de afgewezen reconstructie wordt de lijn voorgesteld als Dietrich I van Broich → Dietrich II van Broich → Burchard III van Broich → Goswin I Stecke → Goswin II Stecke → Hadewych Stecke. Daarmee zou Goswin I Stecke een zoon of rechtstreekse afstammeling van Burchard III van Broich zijn en zou de Stecke-lijn in het huis Broich opgaan.

Waarom volg ik deze aansluiting niet? Juist de overgang Burchard III van Broich → Goswin I Stecke kan niet als bewezen vader-zoonrelatie worden gehandhaafd. De genealogie van Broich kent Burchard III als zoon van Dietrich I en noemt zijn eigen kinderen binnen het huis Broich; Goswin Stecke hoort daar niet als aangetoonde zoon tussen. De Stecke-bronnen wijzen wel op verwantschap en huwelijkscontacten met Broich: Wolter Stecke wordt in 1282 als verwant van Dietrich van Broich aangeduid en voor Arnold Stecke is een huwelijk met een onbekende vrouw uit Broich als waarschijnlijk gereconstrueerd. Dat is iets wezenlijk anders dan een mannelijke afstamming van Stecke uit Burchard III van Broich.

Lees de uitgebreide bronkritische toelichting →

Bronnen en verder lezen

  • Henri Obreen, “Het geslacht van Borselen”, De Nederlandsche Leeuw 45 (1927), met name kol. 242–249 en 294–306.
  • J.W. Zondervan, “De vrouwen van Randerode en van Zandenburg (Veere)”, De Nederlandsche Leeuw 110 (1993), kol. 475–517.
  • Hans Vogels, discussie “Jutta van Holland”, soc.genealogy.medieval (2012), een reconstructie van een mogelijke Hollandse aansluiting.
  • W.G. Searle, Anglo-Saxon Bishops, Kings and Nobles (1899), p. 343, met verwijzing naar de late Oxfordse bron voor Redburga.
  • Stewart Baldwin, “Ecgbeorht”, The Henry Project, met bronkritisch commentaar op de vermeende echtgenote Rædburh.
  • Janet L. Nelson, “Æthelwulf (d. 858)”, Oxford Dictionary of National Biography (2004): de moeder van Æthelwulf is onbekend.
  • Joost van der Loo en Eike Pies, Die Herren Stecke, herziene en uitgebreide uitgave; de Stecke zijn sinds de twaalfde eeuw oorkondelijk aantoonbaar.
  • Europäische Stammtafeln, voor de genealogische opvolging binnen het huis Broich.