Diederik VIII van Kleef volgde in 1310 zijn halfbroer Otto op. De NDB laat hem regeren tot 1347.
De Keulse aanspraken afweren
Na Otto's dood claimde de aartsbisschop van Keulen dat Kleef of delen ervan als vrijgevallen leen aan Keulen moesten terugkeren. Diederik wist die aanspraken af te weren.
Na mislukkingen in Westfalen concentreerde hij zich op het Kleefse kernland aan beide zijden van de beneden-Rijn. De NDB beschrijft zijn beleid als een succesvolle verwervingspolitiek gericht op een ruimtelijk samenhangender territorium.
Familie en opvolgingsprobleem
Diederik huwde eerst Margaretha van Gelre en vervolgens Maria van Gulik. Hij stierf zonder zoon.
Zijn dochter Margaretha van Kleef huwde Adolf II van der Mark en werd later de dynastieke schakel naar het Huis Van der Mark. In 1347 volgde Diederiks broer Jan van Kleef hem echter eerst op.