Adolf I van Kleef (ca. 1334–1394) was een zoon van Adolf II van der Mark en Margaretha van Kleef. Na de kinderloze dood van Jan van Kleef wist hij zich in 1368 als graaf van Kleef door te zetten.
Via zijn moeder erfgenaam van Kleef
Adolfs aanspraak liep via zijn moeder Margaretha, dochter van Diederik VIII van Kleef. Daarmee was de overgang naar het Huis Van der Mark geen volledige dynastieke breuk: de nieuwe graaf droeg Kleefse afstamming via de vrouwelijke lijn.
Met de dood van Jan van Kleef eindigde in 1368 de oude mannelijke lijn.
Geestelijke loopbaan en wereldlijk bestuur
Adolf was aanvankelijk geestelijke. Hij werd bisschop van Münster en werd korte tijd tot aartsbisschop van Keulen gekozen, maar legde deze positie neer toen de wereldlijke erfopvolging belangrijker werd.
Hij regeerde Kleef van 1368 tot 1394. In de graafschap Mark wordt hij als Adolf III geteld; in Kleef als Adolf I.
Naar het hertogdom
Onder zijn nakomelingen werden Kleef en Mark steeds nauwer verbonden. Zijn zoon Adolf II van Kleef werd in 1417 als Adolf I tot hertog van Kleef verheven.