Achtergrond · Weeze · Helsum · Van de(r) Loo · landgoed · leen- en tijnsrecht
Het goed Overelve bij Weeze
Een oude hof van 33 morgen in de buurtschap Helsum, die via Itgen van Groesbeeck in de familie Van den Loe terechtkwam en dankzij kerkelijke administratie uitzonderlijk goed in de genealogische bronnen is te volgen.
Overelve — in latere bronnen onder meer Oberelve, OberElberen en uiteindelijk als onderdeel van Dreihöfe herkenbaar — lag in de buurtschap Helsum in het westelijke deel van de gemeente Weeze. Voor de familiegeschiedenis Van de(r) Loo is het goed van groot belang: de hof kwam via Itgen (Ida) van Groesbeeck, echtgenote van Bruen van den Loe, in de familie en bleef vervolgens meerdere generaties met hun nakomelingen verbonden.1
Een hof met middeleeuwse wortels
De geschiedenis van Overelve is ouder dan de familie Van den Loe. Een vroeg onafhankelijk aanknopingspunt staat in De Nederlandsche Leeuw uit 1910, waar op basis van ouder oorkondenonderzoek van dr. Scholten een vermelding uit 1273 wordt aangehaald: Theodericus, genoemd Van Hokelem, trad als schepen van Goch op bij een overdracht van de hof Oberelve in Weeze. Dezelfde publicatie noemt voor 1381 Aleydis, echtgenote van Hendrik van Hokolom, als pachter van Oberelve. De hof wordt daar al op 33 morgen gesteld.2
Via Van Groesbeeck naar Bruen en Itgen
De overgang naar de familie Van den Loe liep via Itgen van Groesbeeck. Het huidige Loo-Archief vat de familieoverlevering zo samen dat zij zowel Overelve als Kleynvordt van haar vader Seger van Groesbeeck erfde en deze goederen in haar huwelijk met Bruen van den Loe inbracht.3
Voor Itgens daadwerkelijke verbinding met Overelve bestaat een concreet registergegeven. In Loo-Kroniek 63 is uit een behandigingsregister de inschrijving uit 1506 gepubliceerd waarin zij als Bruens vrouw aan het goed wordt verbonden. Daarmee is de relatie tussen Itgen, Bruen en Overelve niet alleen een latere genealogische reconstructie, maar terug te voeren op een historische administratieve registratie.4
Overelve in de volgende generatie
Na Bruen en Itgen kwam Overelve terecht bij hun zoon Johan van den Loe, ‘de oudste’. Binnen de familie werd het goed vervolgens verbonden met diens zoon Jan (Johan) van den Loe en diens echtgenote Vlient Kroesen. Het familieonderzoek maakt daarbij onderscheid tussen Abroeck, dat uit Bruens lijn kwam, en Overelve, dat via Itgen uit de Van Groesbeeck-lijn afkomstig was.5
Volgens de in Loo-Kroniek 61 gepubliceerde gegevens was Vlient in 1528 aan Overelve behandeld en moest daarvoor jaarlijks vier schilling worden betaald. De administratie is belangrijk omdat bij dergelijke goederen nauwkeurig werd bijgehouden wie als rechthebbende of opvolger gold.6
21 oktober 1541: tweede en derde hand
Een bijzonder waardevolle registratie dateert van 21 oktober 1541. Een handschrift uit de administratie van het Stift St. Viktor te Xanten vermeldt volgens de gepubliceerde transcriptie dat, met toestemming van Jan van den Loe, zijn echtgenote Vlient de tweede hand en het vruchtgebruik van Overelve kreeg. Hun zoon Johan kreeg de derde hand, mede ten behoeve van zijn wettige broers en zussen.7
Juist zulke administratieve registraties maken Overelve genealogisch zo waardevol. Ze leggen niet alleen vast wie het goed gebruikte, maar kunnen ook huwelijk, gezinsverband en erfopvolging bevestigen. De Loo-Kroniek verwijst voor deze passage naar het historische fonds Stift Xanten, Akten 32a. Het onderliggende archiefstuk is voor deze webversie niet als digitaal origineel aangetroffen; de inhoud wordt daarom gepresenteerd als primaire bron via een gepubliceerde transcriptie en bronverwijzing.8
Een dubbele kerkelijke administratie
Overelve komt in de familiepublicaties voor in de administratie van zowel Grafenthal als St. Viktor te Xanten. Dat betekent niet noodzakelijk dat beide instellingen op identieke wijze ‘eigenaar’ waren. Middeleeuwse en vroegmoderne goederen konden tegelijk met verschillende rechten, lasten en tijnzen zijn bezwaard. Voor genealogisch onderzoek is vooral belangrijk dat beide administraties registraties over rechthebbenden en opvolging opleverden.9
Het bestaan van zulke klooster- en stiftsarchieven past in het bredere archieflandschap van het Nederrijngebied. Het Landesarchiv Nordrhein-Westfalen bewaart omvangrijke overlevering van voormalige kloosters en kapittels; het online archiefportaal maakt slechts een deel daarvan digitaal rechtstreeks zichtbaar.10
Van Overelve naar Dreihöfe
De latere ontwikkeling is vooral met kaarten te volgen. Loo-Kroniek 63 bespreekt het Klevisches Kataster van 1730. Daarin is het vroegere gebied van Overelve verdeeld over drie eenheden: OberElberen, Klein Elberen en DreyHoff. De auteurs verbinden deze driedeling met de latere naam Dreihöfe.11
Dezelfde studie benadrukt echter dat uit het kadaster van 1730 niet zonder aanvullend archiefonderzoek exact kan worden afgeleid welke percelen samen het Overelve van omstreeks 1500 vormden. Wel blijft de oude omvang van 33 morgen een belangrijk ijkpunt en maakt de vergelijking van historische kaarten aannemelijk waar het goed ongeveer lag.12
- 1273 Vroege vermelding van de hof Oberelve bij een overdracht.
- 1381 Oberelve wordt als hof van 33 morgen genoemd.
- 1506 Itgen van Groesbeeck, vrouw van Bruen van den Loe, wordt in een behandigingsregister met Overelve verbonden.
- 1528 Vlient Kroesen wordt volgens Grafenthal-administratie aan Overelve behandeld; jaarlijkse last: vier schilling.
- 1541 Vlient krijgt de tweede hand en het vruchtgebruik; zoon Johan de derde hand.
- 1730 Het Klevisches Kataster toont OberElberen, Klein Elberen en DreyHoff.
- 1810 Een latere kaart in het Loo-Archief toont de ligging van Dreihöfe/Overelve opnieuw.
Verkoop en het einde van de Weezer periode
De familiegeschiedenis plaatst het verdwijnen van de oude Weezer goederen uit handen van Van de(r) Loo in de context van oorlogslasten, economische teruggang en erfdelingen. Het Loo-Archief vat samen dat dergelijke omstandigheden uiteindelijk tot verkoop van verschillende bezittingen leidden en dat de familietak aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw haar zwaartepunt naar Asperden verlegde.13
Bronnen en noten
- Secundair / familiearchief. Richard van de Loo, “De latere 16e eeuwse generaties Van den Loe op Abroeck en Overelve te Weeze”, Loo-Kroniek 61 (2015), met kaart, foto’s en genealogische behandeling van het goed. Open Loo-Kroniek 61 (PDF) →
- Oudere wetenschappelijke secundaire bron. J.D. Wagner, “Bijdrage tot de genealogie van het geslacht van Hoekelom”, De Nederlandsche Leeuw 28 (1910), p. 85–86, op basis van oorkonden gepubliceerd door dr. Scholten: Oberelve in 1273 en de pacht van 33 morgen in 1381. Bekijk de publicatie →
- Secundair / familiearchief. Stichting Loo-Archief, Negen eeuwen familie van de(r) Loo: Itgen erfde Overelve en Kleynvordt van Seger van Groesbeeck en bracht deze goederen in de familielijn. Lees de familiegeschiedenis →
- Primaire registratie via publicatie. Richard van de Loo, “Het verborgen verleden van Itgen van Groesbeeck”, Loo-Kroniek 63 (2017), met de inschrijving uit het behandigingsregister voor Itgen in 1506. Open Loo-Kroniek 63 (PDF) →
- Secundair. Loo-Kroniek 61, genealogische behandeling van Johan “de oudste”, Jan (Johan), Vlient Kroesen en de herkomst van Overelve.
- Primaire registratie via publicatie. Loo-Kroniek 61: Vlient wordt in 1528 in de Grafenthal-administratie aan Overelve behandeld en is jaarlijks vier schilling verschuldigd.
- Primaire registratie via publicatie. Loo-Kroniek 61: registratie van 21 oktober 1541 over tweede hand, vruchtgebruik en derde hand binnen het gezin Van den Loe–Kroesen.
- Archiefverwijzing. Landesarchiv Nordrhein-Westfalen, historische overlevering Stift Xanten, Akten 32a; de voor Overelve relevante passage wordt geciteerd en toegelicht in het familieonderzoek. De digitale zoekomgeving leverde voor deze pagina geen rechtstreeks scanbeeld van het betreffende folio op.
- Secundair / archivalisch onderzoek. Loo-Kroniek 61 en 63 over de administratieve rechten en lasten rond Overelve bij Grafenthal en St. Viktor te Xanten.
- Institutionele bron. Landesarchiv NRW / Archive in Nordrhein-Westfalen over de overlevering van voormalige kloosters en de digitale toegankelijkheid van archiefbestanden. Archive NRW →
- Kaartonderzoek / secundair. Loo-Kroniek 63, bespreking van het Klevisches Kataster van 1730: OberElberen, Klein Elberen en DreyHoff.
- Interpretatie. Loo-Kroniek 63: de auteurs achten een groot oorspronkelijk areaal aannemelijk, maar waarschuwen dat zonder aanvullend archiefonderzoek de precieze omvang en latere opsplitsing niet volledig kunnen worden gereconstrueerd.
- Secundair / familiesynthese. Stichting Loo-Archief, Negen eeuwen familie van de(r) Loo, over oorlogen, economische neergang, erfdelingen en de verkoop van Weezer familiebezittingen.
Geraadpleegde publicaties
- Richard van de Loo, “De latere 16e eeuwse generaties Van den Loe op Abroeck en Overelve te Weeze”, Loo-Kroniek 61 (2015).
- Richard van de Loo, “Het verborgen verleden van Itgen van Groesbeeck”, Loo-Kroniek 63 (2017).
- Joost van der Loo, “Het goed Overelve”, Loo-Kroniek 15 (1979), zoals aangehaald in de latere Loo-Kronieken.
- J.D. Wagner, “Bijdrage tot de genealogie van het geslacht van Hoekelom”, De Nederlandsche Leeuw 28 (1910).
- Stichting Loo-Archief, Negen eeuwen familie van de(r) Loo.
- Landesarchiv Nordrhein-Westfalen, historische bestanden van Stift Xanten en Grafenthal; specifieke Overelve-verwijzingen volgens de gepubliceerde familieonderzoeken.